|
|
Welkom op Hypotheekrente , rubriek KAPITAAL Wat als de hypotheekrente plotseling sterk stijgt?
Nederlanders hebben zich de afgelopen vijftien jaar zwaar in de hypotheekschulden gestoken. In totaal staat er in ons land rond 370 miljard euro aan hypotheekschuld uit. Dit hoge bedrag weerspiegelt de welvaart in veel Nederlandse huishoudens, alsmede het optimisme over hun financiële draagkracht in de toekomst. Maar in een aantal gevallen is er sprake van overmoed en onderschatting van de risico's.
Een groot risico zit in de rentefactor. Een plotselinge sterke stijging van de hypotheekrente – een zogeheten renteschok – kan een huishoudbudget ineens zwaar onder druk zetten. Nu al worstelen 180.000 huishoudens in Nederland met de maandelijkse rente en aflossing. Deze groep besteedt 30 tot 40 procent van het inkomen aan hypotheeklast.
Zou de rente binnen anderhalf jaar twee procent stijgen (de renteschok), dan komen volgens schattingen van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) nog eens 80.000 gezinnen in de problemen. Bij elkaar zou dan de aflossing van 9 procent van de bestaande hypotheken gevaar lopen. Dat betekent dus zeer forse problemen bij 1 op de 11 huiseigenaren. De AFM en ook De Nederlandsche Bank gaven onlangs naast hun waarschuwing enkele verstandige adviezen aan mensen die een hypotheek willen aangaan, of hun bestaande eigen woningfinanciering willen herzien. Elke inkomenscategorie kan er zijn voordeel mee doen.
Om te beginnen: mensen moeten greep krijgen op hun bestaande situatie. Hoeveel inkomen is er? Wat zijn de behoeften? En welke risico's lopen ze? Hieruit kan worden afgeleid of men een renterisico loopt en of dit moet worden afgedekt. Nibud, de Consumentenbond, en (commerciële) financieel adviseurs kunnen hierbij helpen.
Zekerheid
Wie al een bestaande hypotheek heeft lopen, kan zijn renterisico als volgt verkleinen. Het vastleggen van de rente over een lange periode geeft zekerheid. Vooral het omzetten van een variabele rente naar een vaste rente (dat kan tot wel 25 jaar) is een interessante optie: ook de tarieven voor de langlopende rentes zijn momenteel laag. Voortijdig oversluiten van een lening met een vaste rente is echter niet altijd voordelig. Het te behalen voordeel hangt af van de vraag hoelang de lening nog loopt (hoe langer de looptijd, hoe hoger de boeterente) en hoe groot het verschil is tussen de oude en de nieuwe rente. Het oversluiten van een spaarhypotheek is onverstandig. Men krijgt weliswaar een lagere rente, maar binnen de hypotheekconstructie bouwt men dan ook tegen een lagere rente kapitaal op: weg rentevoordeel. Sparen is dan een beter idee: als de rente sterk stijgt, kan de hypotheeklast sterk toenemen, maar dan groeit ook de rente-opbrengst op het spaarbedrag. Hier wordt een renteschok dus verzacht. Men kan ook kiezen voor een kortere totale looptijd van de nieuwe hypotheek (15 jaar in plaats van 30 jaar): dan is aflossen of sparen wel duurder, maar het scheelt jarenlange rentebetalingen. Of een lening ook op de langere duur betaalbaar is, kan worden nagegaan door uit te rekenen wat er gebeurt met het huishoudinkomen als de hypotheekrente bijvoorbeeld 3 procent stijgt. Kan de maandelijkse rentelast dan ook nog worden opgebracht? Is de maandelijkse verplichting alleen op te brengen bij een uitzonderlijk lage rente, en bij een aflossingsvrije hypotheek, dan is het in vrijwel alle gevallen onverantwoord om zo'n financiering aan te gaan. | GPD
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Terug naar Hypotheekrente
 
|